Effe vangen, effe dokken!
CIJFER : 8.3
Vrijwilligersorganisaties kunnen de kosten van medewerkers vergoeden op basis van declaraties of ze kunnen een vast bedrag betalen. Om administratieve rompslomp met bonnetjes te voorkomen wordt vaak gekozen voor het vaste bedrag.
Wie naast zijn vrijwilligerswerk een vaste baan heeft mag daarvoor € 1500,- onkostenvergoeding ontvangen zonder dat die bij het inkomen moet worden opgeteld. De fiscus beschouwt dat als tegemoetkoming van werkelijk gemaakte kosten. Geen inkomsten dus.
Maar voor mensen met een bijstandsuitkering geldt ineens iets anders. Die mogen € 95,- per maand als vaste onkostenvergoeding ontvangen met een maximum van € 764,- per jaar.
Alleen als het vrijwilligerswerk bijdraagt aan het vinden van een vaste baan kan de gemeente besluiten dat ook de uitkeringsgerechtigde een vaste onkostenvergoeding van maximaal € 1500,- per jaar mag ontvangen.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt zich op het standpunt dat vaste onkostenvergoedingen vaak hoger zijn dan de werkelijk gemaakte onkosten en dat het daarom een verkapte vorm van inkomsten kan zijn. Daarom is het zo in de Wet werk en bijstand terechtgekomen. De fiscus ziet het anders. Die beschouwt de vergoeding als werkelijk gemaakte kosten.
Wat is het gevolg van deze regelgeving? Allereerst dat een bijstandsgerechtigde minder kosten vergoed mag krijgen dan iemand die werkzaam is. Verder levert het administratieve lasten op voor de vrijwilligersorganisatie.
De museumdirectie ziet hier duidelijk kansen voor vereenvoudiging. Trek de vrijwilligersbijdragen voor fiscus en bijstand gelijk. Dat creëert helderheid.
Hoe overbodig vindt u dit beleidsstuk ?
Breng hieronder uw stem uit
( 1 = Waar maakt men zich druk over? ) ( 10 = Totaal overbodig! )