Niet getoetst, niet gekregen
CIJFER : 6.6
Studenten van wie de ouders niet kunnen bijdragen in hun studiekosten, kunnen naast de basisbeurs een aanvullende beurs krijgen. Hoe hoger het inkomen van de ouders, des te lager is de aanvullende beurs. Tot zover heel logisch allemaal.
Wil een student in aanmerking komen voor een aanvullende beurs, dan moet het inkomen van (beide) ouders worden getoetst. Kan dat bij (een van) de ouders niet, dan krijgt de student van de IB-Groep geen aanvullende beurs. Hij of zij kan wel een aanvullende rentedragende lening aanvragen.
Is er een goede reden voor het niet kunnen toetsen van het inkomen van de ouder(s), dan kan de student een beroep doen op de zogeheten hardheidsclausule. De IB-Groep neemt dan in de berekening van de aanvullende beurs het inkomen van de ouder(s) niet mee.
Het in eerste instantie weigeren bij het niet kunnen toetsen van het inkomen van de ouder(s) en het eventueel beroep doen op de hardheidsclausule betekent veel correspondentie en telefoontjes. Al met al een omslachtige en tijdrovende praktijk die vraagt om een ruimere toepassing van de hardheidsclausule. Tot die tijd verdient het een mooie plek in het museum.
Hoe overbodig vindt u dit beleidsstuk ?
Breng hieronder uw stem uit
( 1 = Waar maakt men zich druk over? ) ( 10 = Totaal overbodig! )